Opdracht van gemeente Rotterdam met geld van de OGEM

Kees Franse is gek van appels

 

Door Jan Hein de Groot

ROTTERDAM — Waarom appels? Een logische vraag aan beeldend kunstenaar Kees Franse (47), die in opdracht van de gemeente Rotterdam met centen van de OGEM voor het talud van de Heemraadssingel een appel-plastiek heeft ontworpen.

Een eenvoudig antwoord: „Mij werd gevraagd er iets te doen en Ik ben met appels bezig". Hij voegt er aan toe: „Als je dan iets anders gaat doen, wordt het alleen maar lelijker. Bovendien, je kan toch moeilijk de letters OGEM in het gras neerleggen? Je kan je afvragen wat appels met OGEM hebben te maken. Maar wat moet je dan? OGEM betekent Overzeese Gas- en Electriciteits Maatschappij; nou, goed maar hoe maak je een gaswolk boven de Heemraadssingel". Kees Franse speelt een beetje met deze gedachten. Het Is buiten kijf dat zijn appel-plastiek — drie grote appels aan de ene kant van de singel, één grote aan de overkant van het water, uitgevoerd In Kambala-hout — straks van even grote herkenningswaarde zal zijn als bijvoorbeeld het beeld van Zadkine of de Euromast. Let op, „de appels van Franse" zullen straks meer het culturele imago van Rotterdam onderstrepen dan Monsieur Jacqques, die we allen liefhebben, maar die, eerlijk gezegd, op z’n best een vreemdeling is in het Jeruzalem aan de Maas. Is Franse's verklaring op het „waarom appels?" voldoende? Hij zegt: „Ik ben niet met het verhaal bezig, dat is een ander metier, maar met het maken van appels". Met andere woorden; het verhaal om de appels mogen we zelf maken. Dan kan je alle kanten op: in de stad van glas en staal, van rechte lijnen en hoekige vormen, van mannelijke arbeid, zakelijk vernuft en verkilde menselijk, betrekkingen, zijn de appels van Franse contrasterende 'symbolen: rond, zacht, vrouwelijk, lieflijk, suggestie van vruchtbaarheid.

Of een ander verhaal: in een tijd van luchtverontreiniging, chemisch voedsel, terugdringen van de natuur, ontbladering en bespuiting van gewassen brengen de appels van Franse ons terug in de tijd toen het leven nog goed was, toen de in het gras gevallen appels vruchten waren en geen chemische bedreiging van het leven.

„Van mij mag het allemaal", zegt Franse. „Daar heb ik niets mee te maken. Het gaat mij om de vorm, niet om de literatuur. Bezeten zijn van de vorm, dat is de enige juiste verklaring, van waaruit een beeldend (het woord zegt het al) kunstenaar werkt". Waarmee hij niet wil ontkennen, dat het best mogelijk is dat hij bewust of onbewust door dit soort verhalen tot zijn keus van juist deze vorm is gekomen. „Dat weet je nooit". Onvermijdelijk is natuurlijk de vraag of hij na het maken van al die ronde appeltjes — soms een enkele peertje — er Freud weleens op heeft nageslagen. „Freud - fruit", lacht Franse. De plastiek aan de. Heemraadssingel, tussen de houten brug en de Mathenesserlaan, wordt eigenlijk de eerste grote „aanwezigheid" van Franse in de stad. In verschillende gebouwen zijn muurschilderingen van hem te vinden, maar het grote publiek ziet ze nooit. Aan een betonrelief in de RAC-garage lopen de meesten met blinde ogen voorbij. Alleen in Enschede komen dagelijks jonge mensen in de meest letterlijke zin van het woord met zijn werk in contact. In de sportzaal van de TH, Drienerloo, heeft hij 7 meter hoge en 24 meter lange poppen gemaakt, waarop studenten zich oefenen in alpinisme.

De appels aan de Heemraadssingel zullen voor de jeugd ook wel een uitdaging zijn van haar klimcapaciteiten te demonstreren.

„Dat geloof ik niet direct, zegt Franse. „De mensen zullen misschien wel hun naam in de appels willen snijden, zoals ze dat ook in bomen doen. Daar wordt het natuurlijk . nooit i lelijker van". Twee jaar lang wordt Kees Franse nu geboeid door de vorm van appels. Het is gekomen na zijn „poppen-periode". Hij tekende poppen, maar soms wilde hij reliĎf aanbrengen in het platte vlak. Op een gegeven moment stond hij voor de noodzaak twee houten koppen te maken. „Toen had ik meteen de appelvorm te pakken", vertelt hij. „Het is logisch zon vorm. Dat hangt samen met materiaal waarmee je bezig bent, want je gaat niet zo gauw een theepotje uitzagen".

Bovendien — en dat speelt sterk in het werk van Franse — is een appel een object van het stilleven. En bij het stilleven heeft hij zich altijd goed gevoeld. Waarom?

„Ik denk omdat ik geen mensen kan schilderen".

Een nogal verbijsterend/antwoord uit de mond van een man die ook portretten schilderde. Goede portretten, wel te verstaan.

Maar zon antwoord is wel typisch Kees Franse, wars van flauwe kul, wars van verklarende 'verhalen, waaraan hij geen boodschap heeft.' Neem het voor wat het is.'

Zo ook de appels aan de Heemraadssingel. Fijne, grote vormen, per stuk anderhalve ton wegend. De modelmakerij van Van der Hoeven uit Schiedam legt ze er straks neer. Niet ver van de stam, want uit zijn venster zal Kees Franse neerkijken op zijn plastiek.

De jongens van Van der Hoeven hebben me verteld dat ik de sterkste vorm heb gekozen: holle appels. Als ze helemaal dicht zouden zijn, massief, zou het hout gaan trekken. Ik heb het niet bewust gedaan. Ik hou niet zo van massieve dingen, vandaar dat ze hol zijn".

 

Het Vrije Volk, 19-08-1972

 

_______________________________________

 

1000 kilo vurenhout verfilmd

Van onze verslaggever

TJITTE DE VRIES

 

ROTTERDAM – Straks kan iedereen zien hoe Kees Franse zijn houten reuzenappels maakt, want Thijs Ockersen, filmdocent aan de Rotterdamse Kunstacademie, heeft de fabricage van zo'n appel verfilmd. „De appel van Kees Franse" is de titel van de film, die in het begin laat zien hoe zo'n vurenhouten gevaarte in de hal van Schiphol wordt geplaatst.

 

Het slot van de film laat zien hoe de houten appel in de afgelopen maanden door het reizende publiek „in bezit" werd genomen: praktisch jan en alle-man heeft er zijn naam op gezet. Zodra Kees Franse (op de film) een stukje van de appel begint schoon te schuren staat er alweer een jongetje klaar met de viltstift in aanslag. Direkt daarop wordt het jongetje letterlijk overspoeld door een gezelschap Japanners, dat na het uitvoerige handtekeningen zetten, elkaar op en om de appel fotografeert. Binnen vijf minuten is er geen plekje meer schoon op de appel. Deze Schiphol-appel was een geschenk van de gezamenlijke aannemers van de Schiphol-uitbreiding aan de Schiphol-directie.

 

Schiphol-appel

Kees Franse vertelt: „Die Schiphol-appel heb ik getimmerd in de kippehokstijl. Een echte timmerman wil het liefst alle houtverbindingen zoveel 7 mogelijk wegwerken, en daarna alles bovendien nog fineren. Ik wil graag zoveel mogelijk houtverbindingen laten zien. Daarom is die appel op Schiphol blank gebleven. Iedereen zegt: dat kan toch niet, zo'n vurenhouten appel blank laten. Maar leg jij maar eens een blank stuk vurenhout in je huiskamer. Heus, over. honderd jaar ligt 't er nóg!" Tussen de Schiphol-beelden door filmde Thijs Ockersen hoe Kees Franse zo'n appel in elkaar zet. Hij heeft met een camera en geluidsploeg enkele dagen lang gefilmd in de timmerfabriek van Van Eesteren te Bergambacht. Kees Franse kreeg daar een hoek, tussen alle bedrijvigheid in, die ook doorging tijdens de filmopnames. Daarom verrast het filmpje door de nuchtere, on-mystieke aanpak: het maken van zo'n appel is gewoon erg hard werken, en er komt weinig gedoe met de grote K van kunst aan te pas. In tegenstelling tot de uit prachtig glad cambala-teak gemaakte appels, spijkert Kees Franse de appels die hij nu maakt, zelf. In de film zie je hoe hij met een academie-leerling van hem, Peter Sgraven, de appel laag voor laag met een pneumatische hamer in elkaar spijkert „Aan de buitenweg in Gorkum," vertelt Kees Franse, „ligt ook zo'n ongeverfde vurenhouten appel. Die rot natuurlijk op den duur helemaal weg, maar daar wordt hij juist mooi van. Reken maar dat die appel nog wel een poosje meegaat." Kees Franse, die vroeger kunstschilder was en die zich nu kunsttimmeraar noemt („Ik schilder tegenwoordig met hout"), heeft vanaf het begin met zijn academie-collega samengewerkt om het filmpje van de grond te krijgen. Thijs Ockersen: „In 1974 maakte ik met mijn studenten als gezamenlijk project een filmpje over de Arnhemse Toneelschool. Voor 1975 praatte ik met Kees Franse om eenzelfde soort project te doen, maar dan over het maken van zijn grote, houten appels. Plotseling hoorde ik echter van het academie-bestuur dat dit project op formele gronden was afgewezen. Maar tot mijn grote verbazing ging de subsidie die ik ervoor had aangevraagd bij de Rotterdamse Kunststichting wél door.

 

Kwam rond

Gelukkig had ik wat geld overgehouden van een opdrachtfilm voor de Pers Combinatie, zodat ik kon besluiten om de film dan maar zelf te maken. Kees Franse sprong zelf ook bij, en met elkaar kregen we het budget rond." Met materiaal van de academie en het subsidie van de Rotterdamse Kunststichting gingen Kees Franse en Thijs Ockersen aan de slag. In april torig jaar werd de appel óp Schiphol gefilmd. Thijs Ockersen: „Dat kostte ons een hele dag. We waren er al 's morgens vroeg, maar toen bleken ze het juiste materieel niet te hebben om de appel de hal binnen te hijsen. Daarna moesten er allerlei tegels worden opgebroken, omdat de appel kennelijk groter was dan ze hadden geschat." In de afgelopen wintermaanden, toen Kees Franse met een nieuwe appel aan de slag ging, werden de opnames afgemaakt. Daarbij stond Albert Vanderwildt achter de camera,' deed Jan Wouter van Reyen het geluid en de montage, was Adriaan Monshouwer assistentcameraman en interviewde Theo van Halewijn appelmaker Franse op een mooie winterse morgen bij één van de appels op de Heemraadssingel. Kortgeleden filmde men nog een dag op Schiphol om te kijken hoe de appel er nu bij stond. Hij bleek stampvol met handtekeningen te zitten. Momenteel is men druk bezig de film af te werken, in de hoop dat hij zijn premiŹre* kan beleven op het komende festival van Film International. Thijs Ockersen: „Ik zou erg graag een serie films willen maken over dit soort kunstenaars. Er zijn nogal wat mensen zoals Kees Franse die op een heel andere, aparte manier bezig zijn; zoals Bouke IJlstra uit Dordrecht met zijn grote wandschilderingen, of Klaas Gubbels uit Arnhem die een fixatie heeft voor tafels en allerlei tafeloppervlakken beschildert Het probleem is, dat deze mensen, die soms niet al te bekend zijn, met dit soort dingen nooit blijvend bezig zijn. Zodra Kees Franse bijvoorbeeld ophoudt met het maken van appels, dan is er meteen een heel stuk ambacht verloren gegaan. Niemand weet dan meer hoe hij die dingen in elkaar heeft gezet. Mij fascineert het nu juist om dat in een korte film op te vangen en voor de tijd te bewaren. Neem Kees Franse: hij is niet alleen zelf een erg geestig man, maar ook de dingen die hij maakt, zijn geestig. Daar wil ik zo graag iets van bewaren voor later."

 

Het Vrije Volk 16-1-1976

 

_______________________________________

 

 

Houten appels deze week terug

04 jun 2014

 

 

ROTTERDAM - Een kunstwerk dat uit zichzelf zou verdwijnen, zou verrotten als een échte appel. Dat schijnt in 1973 de bedoeling geweest te zijn van kunstenaar Kees Franse. Franse is in 1982 overleden, maar de Appels aan de Heemraadssingel zijn zó populair dat ze juist blijven...

 

 

De nieuwe appels worden gemaakt door Restauratie Werkplaats Schiedam en zijn opgebouwd uit gelamineerde houten schijven.

 

Drie van de vier houten appels zijn vorige week uit het vertrouwde straatbeeld van de Heemraadssingel verdwenen. De Appels van Kees Franse stonden er al sinds 1973.


Even ontstond er paniek, en bewoonster Coby was al klaar om zichzelf aan de laatste appel vast te ketenen. Dat bleek niet nodig; de appels komen gewoon terug, weliswaar als replica’s. De beroemde appels van kunstenaar Kees Franse zijn onderhevig aan houtrot. Initiatiefnemer van de reconstructie is het Centrum voor Beeldende Kunst (CBK). Een deel van de verontwaardiging over het vervangen van de appels kwam voort uit de intentie van Kees Franse om de appels juist langzaam te laten vergaan. De kunstenaar woonde zelf aan de Heemraadssingel, en maakte de appels van het houtsoort kambala teak, dat hij het liefst onbewerkt had gelaten. 


 

Nienke Post legt namens het CBK uit waarom vervanging noodzakelijk was. “Waarschijnlijk is het inderdaad zo geweest dat de kunstenaar Kees Franse de Appels wilde laten verweren. Maar het werk is geplaatst in 1973 en inmiddels zo rot, dat het gevaarlijk zou kunnen worden, omdat het een geliefd speel- en klimobject is voor kinderen. Aangezien het een heel populair beeld is hebben we besloten drie van de vier Appels te vervangen (de liggende is niet rot), zodat het beeld kan blijven bestaan. We krijgen hier hele positieve reacties op, zowel van kenners van het werk van Kees Franse, als ook van vrienden en bekenden van de kunstenaar.”


 

De nieuwe appels worden gemaakt door Restauratie Werkplaats Schiedam en zijn opgebouwd uit gelamineerde houten schijven. De oude appels zijn eerst volledig en zeer nauwkeurig in 3D opgemeten. Hierdoor werd de geometrie van de onderdelen vastgelegd voor het correct zagen van de houten schijven. Deze week wordt de eerste nieuwe appel al op dezelfde locatie geplaatst.

 

 

De Stichting Restauratie Werkplaats Schiedam werkt voor culturele instellingen maar ook voor particuliere monument-eigenaren en overheden. Het aannemingsbedrijf werkte eerder aan de herbouw van de Schiedamse brandermolens ‘De Palmboom’ en De Kameel,  de realisatie van de authentiek werkende  moutwijn-branderij voor het  Schiedamse Jenevermuseum, het herstel van het Chinese prieel nabij de Euromast en de aangetaste balken in de toren van de grote kerk van Overschie.