Analfabetisme Rotterdam schrikbarend hoog

Al vijfhonderd mensen gaven zich op voor cursus. 'Zelfs echtgenoten weten niet dan hun partner analfabeet is'

 

Door Annemieke Besseling

ROTTERDAM - Rotterdam telt een schrikbarend aantal analfabeten. Naar schatting gaat het om 30.000 tot 50.000 mensen die niet kunnen lezen of schrijven. Verbazend genoeg zijn dat niet alleen oudere mensen die thuis achter de geraniums zit te verpieteren. Een groot deel heeft werk of zelfs een eigen bedrijfje. Bovendien zijn de mensen die deelnemen aan een alfabetiseringscurus gemiddeld tussen de 18 en 35 jaar oud. De campagne om deze mensen over te halen te leren lezen en schrijven is momenteel in volle gang.

„Het is moeilijk de analfabeten te bereiken. Dat wisten we wel toen .we begonnen, maar het valt erg tegen," zegt Paulette Visser. Ze werkt bij het Educatief Centrum Rotterdam dat de alfabetiseringscursussen organiseert. Ook Simon Snel, directeur van het Educatief Centrum, beaamt dat het moeilijk is deze mensen over de 'streep te halen te gaan leren lezen en schrijven. „Vooral omdat analfabeten niet staan geregistreerd. Daardoor weten we zelfs niet precies om hoeveel mensen het eigenlijk gaat."

De gemeente wil het analfabetisme zo snel mogelijk Rotterdam uit hebben. In het plan van aanpak dat het college van burgemeester en wethouders begin dit jaar presenteerde voor een nieuw Rotterdam is de alfabetisering uitgeroepen tot een speerpunt van het beleid. Een motie die het PvdA-raadlid Ellen van Veenen vorig jaar indiende was daarvoor de eerste aanzet. „Alfabetisering," zo luidde haar overweging, „is voor de gehele Rotterdamse bevolking van wezenlijk belang. Zowel voor het sociaal functioneren als voor de toegang tot de arbeidsmarkt."

„Het is ontzettend bemoedigend dat Rotterdam dit beleid voert," zegt Simon Snel. „De Rotterdamse campagne is uniek. Andere steden zijn echt jaloers op ons. Hier gebeurt het toch maar." Ook het arbeidsbureau voert inmiddels overleg met het Educatief Centrum over alfabetiseringscursussen. Veel werklozen blijken niet te kunnen voldoen aan de testen voor beroepsopleiding, doordat ze niet kunnen lezen of schrijven. Bijkomende opsteker voor het Educatief Centrum is dat het arbeidsbureau de cursussen zal betalen.

De werving van analfabeten voor de cursussen is al een paar maanden in volle gang. Het meest in het oog springend waren de stickers in metro's met een getekend mannetje en vrouwtje in de hoofdrol. Daarnaast werden speciale stadskranten over de alfabetiseringscursus huis aan huis verspreid. Die kranten werden ook naar huisartsen, pastoors, consultatiebureaus, buurthuizen, crŹches en arbeidsbureaus gestuurd. „Op die manie? hopen we dat ook deze mensen het probleem herkennen," vertelt Snel in het monumentale pand van het Educatief Centrum aan de Heemraadssingel. „Bovendien," zegt Paulette Visser, „willen we ook dat Rotterdammers die wel kunnen lezen en schrijven, meer begrip krijgen voor hun stadgenoten die dat niet kunnen. Soms bellen mensen naar ons en zeggen dat het niet waar is. Dat het gewoon niet kan. ledereen heeft toch gewoon op school gezeten, zeggen ze ongelovig."

Snel: „We doen daarom drie keer per jaar een grootscheepse campagne, want het blijkt dat mensen zich pas opgeven als ze voor de tweede keer worden aangespoord. De eerste keer denken ze er alleen over na. Bovendien kun je niet 'even' deze mensen ervan overtuigen dat ze er echt beter van worden als ze eenmaal kunnen lezen en schrijven. Dat is een heel proces."

„Veel mensen hebben twintig of dertig jaar met een levensgroot schaamtegevoel rondgelopen. Vooral mensen met een baan of een eigen bedrijfje zullen niet snel toegeven dat ze analfabeet zijn," zegt Paulette Visser die vervolgens vertelt over een man die een drukkerij had. „Die was natuuurlijk als de dood dat iemand zou ontdekken dat hij analfabeet was en dat hij geen letter begreep van wat hij eigenlijk had gedrukt.

„Bovendien hebben ze hun leven zo ingericht dat er voor leven en schrijven geen plaats is. Ze zijn heel visueel en praktisch ingesteld. In de winkel zien ze bijvoorbeeld aan de vorm van het pak of het koffie of thee is. Ze hebben heel slim een eigen systeem bedacht om zich staande te houden. Daardoor kunnen wij ze moeilijk bereiken. Zelfs de echtgenoten weten vaak niet, zelfs na een huwelijk van tien jaar, dat de partner analfabeet is." Inmiddels hebben vanaf september vijfhonderd Nederlandstalige analfabeten aan een cursus, waaraan ze zelf 25 gulden moeten bijdragen, deelgenomen. Gemiddeld krijgen ze per week tussen de twee en een half en vijf uur les in een club- of buurthuis. Paulette Visser geeft toe dat het misschien beter is de mensen meer uren per week les te geven. „Maar dat is voor veel mensen niet op te brengen, omdat ze een baan hebben of voor kinderen moeten zorgen/' zegt ze.

De cursussen voor anderstaligen, naar schatting 30.000 mensen, starten in januari. Volgens Snel en Visser is het gemakkelijker deze mensen te bereiken. „We weten de plaatsen waar we deze groepen mensen kunnen vinden. Bovendien schamen ze zich er minder voor dat ze geen Nederlands kunnen lezen en schrijven. Voorwaarde is wel dat ze Nederlands kunnen spreken, want spreken is de basis voor schrijven. Voor mensen die dat niet kunnen en bovendien analfabeet zijn in hun moedertaal betekent het dus een dubbele cursus."

Snel en Visser hopen vanzelfsprekend' dat analfabetisch Rotterdam zich massaal bij het Educatief Centrum voor een cursus aanmeldt. De cursus is echter momenteel berekend op de scholing van maximaal duizend mensen per jaar. „Dat levert dus een aantal problemen op," zegt Snel. „Allereerst zijn er niet voldoende mensen die analfabeten kunnen lesgeven. Zelfs werkloze leerkrachten moeten voordat ze aan analfabeten les mogen geven eerst een aantal weken een speciale opleiding volgen. Werken met volwassenen is heel anders dan met kinderen, je kunt niet met het bekende rijtje van pim en vos aankomen. We leren ze dingen die ze gelijk al kunnen gebruiken, zoals boodschappenlijstjes maken en formulieren invullen.

„Bovendien zal de gemeente dan met aanzienlijk meer geld over de brug moeten komen. De gemeente heeft A gezegd, dus moet nu ook maar B durven zeggen. Ze kunnen niet meer terug. We kunnen natuurlijk geen nee verkopen aan mensen die zich eindelijk durven opgeven, dan zien we die mensen dus echt nooit meer terug."

FOTO NIELS VAN DER HOEVEN Paulette Visser en Simon Snel: „Analfabeten zijn heel visueel en praktisch ingesteld. In de winkel zien ze bijvoorbeeld aan de vorm van het pak of het koffie of thee is."

 

HVV, 22-12-1988