Kunstenares is laaiend over vandalisme

 

(Van een onzer verslaggevers)

ROTTERDAM — Onthutst staat ze bij haar geschonden kunstwerk. Kunstenares Dora Dolz begrijpt het gewoon niet. „Waarom moeten ze hier altijd alles slopen," zegt ze zowel laaiend van woede als terneergeslagen. Hoofdschuddend loopt ze in de kelder van de Centrale Bibliotheek in Rotterdam waar haar kunstwerk nu is opgeslagen, langs de keramieken stoel, die tot afgelopen weekeinde deel uitmaakte van de Beeldenroute in Rotterdam. Pas woensdagavond werd ze van het onheil op de hoogte gebracht: onverlaten hadden het zevenhonderd kilo wegende beeld zaterdag van z’n betonnen sokkel gesmeten. „Hoe krijgen ze het voor elkaar", jammert ze, „je had eens moeten zien met wat voor een takelgevaarte de stoel op z’n plek is gehesen. Maar ja, met tien man kun je natuurlijk alles vernielen." Hardop denkend betast ze de beschadigingen aan haar kunstwerk, waar eens beschilderd keramiek schitterde. „In Den Haag stond hij toch ook gewoon op straat? Daar wisten de bewoners de kunst te waarderen, maar hier is kennelijk, geen respect voor dingen die een stad opfleuren," mijmert ze triest. En daar in 's Gravenhage wist ze zelfs de prijs van de Haagse salon met de stoel in de wacht te slepen. Bussen vol Japanners hielden er halt om het artistieke werk op film vast te leggen, maar in deze stad...

„Wat de Duitsers niet hebben platgegooid", floept ze er in haar woede uit, „vernielen de Rotterdammers zelf wel." Ze vertelt hoe vaak ze met lede ogen moet toezien hoe prachtige kerken tegen de vlakte gaan, hoe eeuwenoude bomen omver worden gezaagd. Reden: de aanleg van een nieuw park. „En natuurlijk het 'normale' vandalisme."

 

Barcelona

In de twintig jaar die de van afkomst Spaanse kunstenares nu in Rotteram woont, („Ik zou voor één jaartje komen") reageert ze fanatieker dan menig inwoner van de Maasstad. „Want een stad kan heel mooi zijn." Voordat ze in Rotterdam als docente schilderles kwam geven, woonde ze in Barcelona, volgens haar ook zon prachtige stad. Met dat verschil, dat de mensen daar de dingen wel op hun waarde weten te schatten. En de vernielde stoel stond nog wel in een woonwijk, aan de Mariniersweg, constateert ze verbaasd. „Daar wonen toch genoeg mensen die iets gehoord of gezien moeten hebben?"

Helaas lag de Egyptisch aandoende troon 's morgens in brokken op de grond. Het Hulp- en Informatiecentrum (HIC) in de Bibliotheek, die de beeldenroute begeleiden, besloot het kunstwerk op te slaan, waarna geprobeerd werd Dora Dolz van de jobstijding op de hoogte te brengen. Dat lukte pas woensdagavond. Donderdag begaf Dora zich op hoge poten naar het HIC. Volgens Tineke Brongers, medewerkster van het HIC, is het niet de eerste keer dat de stoel was vernield. „Want er liepen toch al van die gepleisterde scheuren overheen", had ze gezien. Geschokt door deze onwetendheid legt Dolz haar uit dat zo’n gigantisch brok keramiek nu eenmaal niet uit één stuk is te maken en wel 'lijmscheuren moét vertonen. De ellende komt Dora Dolz zeer ongelegen. Morgen vertrekt ze naar haar man in Bangladesh, zodat een collega de verzekeringsagent moet ontvangen. „Want als het tegenzit krijg ik geen cent vergoeding", bedenkt ze. Eerder heeft ze al twee van dergelijke beelden verkocht. Deze stoel waar ze enkele maanden aan heeft gewerkt, wordt steeds uitgeleend. Het beeld heeft een waarde van een slordige dertigduizend gulden, maar Dora zit vooral in de put over de verloren kunstwaarde

 

Het Vrije Volk, 18-7-1986

 

 

Kunst is onoverwinnelijk

 

DE STOEL was prachtig. Bijna manshoog was-ie en hij woog zon zevenhonderd kilo. Het was een dikke fauteuil met een rugleuning in de vorm van een waaier. De stoel was gemaakt van keramiek, dus kwetsbaar. Met andere woorden: daar moet je in Rotterdam niet mee aankomen, want als het kapot kan dan gebeurt dat ook." De stoel stond verleden zomer koud voor de entree van de Rotterdamse Centrale Bibliotheek of het was al raak. Kunstenares Dora Dolz kon op 17 juli de stukken van haar duizenden guldens kostende, object bij elkaar komen rapen. Woedend was ze. „Wat de Duitsers niet hebben platgegooid, vernielen de Rotterdammers zelf wel," zei de uit Barcelona afkomstige akademie-docente daags na de vernieling tegen een verslaggever van deze krant.

Het kapotte kunstwerk heeft tot vrijdag in een donker hoekje van de parkeergarage onder de: bibliotheek gestaan. Daar moet het nu weg omdat de beheerders die plek nodig hebben. Professionele reparatie van de stoel is onmogelijk, dat is immers kostbaarder dan het object zelf: zon tienduizend gulden. Dora Dolz is echter niet van plan haar hoofd voor het vandalisme te buigen.

Donderdag is ze met een pot cement in de parkeergarage aan het werk gegaan om de brokstukken te lijmen. De stoel is vervolgens met een hijskraan naar haar huis aan de Heemraadssingel [341] getransporteerd, waar de kunstenares hem demonstratief op de stoep liet plaatsen. „Het is de eerste actie van mijn leven," aldus de kunstenares. „Ik vind het belangrijk dat je je teweer stelt tegen vandalisme, dat je je niet laat afschrikken. Goed, die stoel is definitief naar de knoppen, maar zoals hij er nu bij staat, is het een eerbetoon aan de onoverwinnelijkheid van de kunst. Kunst is niet kapot te krijgen."

 

Het Vrije Volk, 28-3-1987