Ongekroonde koning van kermis in 't goud

 

(Van een onzer verslaggevers)

 

„De ongekroonde koning van de kenniswereld", zo hoorden we donderdagmiddag op een receptie in het Parkhotel een gouden jubilaris noemen. Het was de 76-jarige heer A. C. Augustijn van het  Technisch Adviesbureau voor Feest- en Lunaparken aan de Heemraadssingel [266a] in Rotterdam.

 

De heer Augustijn, een Zeeuw van geboorte, vestigde zich vijftig jaar geleden als elektro-technicus in de Maasstad.

 

In 1920 ging hij zich in het bijzonder bezighouden met het verhuren en aanleggen van elektrische installaties voor kermissen en de min of meer verkapte kermissen die als Lunapark dan wel Feestpark worden aangekondigd.

Hij trad ook op als promotor en als schakel, vooral bij de verpachtingen van de staanplaatsen tussen de gemeentebesturen en de kermisexploitanten. En nu, na vijftig jaar, gaat hij nog rustig door met de uitoefening van dit ongewone en veeleisende beroep.

Het batig saldo van Lunaparken komt tegenwoordig in de regel ten goede aan sociale instellingen. Vandaar, dat er voor dit jubileum een zeer veelzijdige belangstelling bestond.

 

De „ongekroonde koning", die veel achting en waardering geniet, is gelukgewenst en gehuldigd door vertegenwoordigers van de Bond van Kermisexploitanten, de heer K. van Driel namens de secretarie-afdeling Sport en Recreatie, de heer Phida Wolf f namens Feyenoord, door woordvoerders van de Commissie Vakantievreugd,, de Raad voor de Lichamelyke Opvoeding, het Algemeen Haags Comité en vele andere instellingen.

We zagen onder de bezoekers ook de burgemeester en de gemeentesecretaris van Oostvoorne.

De jubilaris heeft hartelijk en humoristisch dank gezegd voor de toespraken en de vele bloemen en geschenken.

 

Het Vrije Volk, 26-10-1962

 

Nooit meer de Van Swietenlaan

A. C. Augustijn: Een heel leven lang kermissen maken

 

De man die er eens in slaagde een topattractie als „Suzanna in het bad" het zeer christelijke Zwolle binnen te brengen, is bezig zich langzaam maar zeker uit de zaken-terug te trekken.

A. C. Augustijn is 82, een Zeeuw en een Leeuw, en heeft, heel zijn lange leven kermissen gemaakt.

„Ja ja,"'zegt' Hij, „ik teken ook voor die ellendige geschiedenis aan de Van Swietenlaan. Maar dit is de laatste keer geweest. Daarheen ga ik nooit meer terug."

Voor hem ligt in een kantoortje aan de Rotterdamse Heemraadssingel [266a] een grote tekening. „De kermis in Den Haag. Doe ik ook," wijst hij.

 

Hoezeer A. C. Augustijn ook bezig is uit zijn zaken te retireren, hij heeft het nog altijd wel zo druk dat een afspraak maken niet eenvoudig is. Er gingen' weken overheen — en intussen gebeurde dat ongeluk in Hoorn en mislukte het lunapark aan de Van Swietenlaan in Rotterdam. Over beide zaken heeft hij meningen.

HOORN: „Die man die zoveel te zeggen had over de ramp, die zijn collega overkwam? Nu, je moet weten dat die zelf ook attracties bouwt. Die ongeluksmolen kwam van een constructiebedrijf. Bel nu Markten en Beurzen in Nijmegen eens op en vraag wat daar vier jaar geleden is gebeurd met de bullen van de man, die nu zon grote mond had.

En verder ben ik het wel eens met de mensen, die zeggen dat het in Duitsland allemaal beter is geregeld. Kijk, daar zijn de attracties het werk van een gespecialiseerde fabriek, met ingenieurs en duurproeven.

Hier gaat een exploitant met een stelletje stalen buien naar 'n smid en zegt: „Zet daar eens haken aan." Je voelt: die smid kan geen belastingproeven doen. Die doet wat hem gevraagd wordt, uit.

 

Grondige controle

De overheid schiet wel te kort, maar niet in Rotterdam. De bouwpolitie controleert hier grondig, adviseert veranderingen, veiligheidsmaatregelen, maar komt ook terug om te zien of ze zijn uitgevoerd. Zo niet, dan wordt er niet gedraaid."

VAN SWIETENLAAN: „Nou ja, de hele wijk er tegen in. Klachten over het lawaai, rekesten aan B. en W. Van de zomer steekt er een jongen een tent in brand. Tot overmaat van ramp krijgen we slecht weer: de hele wei een modderpoel. Ik heb er tachtig balen stro op laten gooien, 500 nieter rijplaten. Misschien dat het dit weekeinde neg wat wordt.

Waarheen na de Van Swietenlaan? Dat zeg ik niet. Dan krijg je dat gesodemieter weer van voren af aan; Brieven aan B. en W., ingezonden stukken... Nee nee, probeer maar niet, ik kan zo dicht zijn als een pot."

De tachtig gepasseerd zijn en nóg zoveel werk doen, hoe is het mogelijk? Hij bekijkt je van onder tot boven en als dat onderzoek gunstig lijkt uit te vallen: „Heel eenvoudig. In beweging blijven, hŹ. Als je stil zit, ga je ogenblikkelijk dood."

Vier jaar was A. C. Augustijn teen hij Rotterdammer werd. Zijn vader — NS-machinist — betrok een woning op het emplacement Hilledijk. De zoon was ziekelijk en behield een handicap aan een been. Dat was tot daaraan toe, maar ook zijn onderwijs had er onder te lijden.

De ambachten en de ongelukken volgden onvermijdelijk, maar in 1912 kwam hij het allemaal te boven toen hij voor zich zelf een elektrisch installatiebedrijf begon.

Totdat hij op zeker moment een kermis te verlichten kreeg. Hij stuitte op een wilde, ongeordende activiteit, geen lijn in te ontdekken.

„Ik had het gauw gezien, daar zat nogmaals brood in," legt hij uit. „Ik werd organisator van kermissen, die ik ook zelf verlichtte. Vaz Diaz en de muziekvakbladen kondigden ruim van te voren stadsfeesten en muziekconcoursen aan. De volgende dag al gingen de brieven de deur uit, waarin ik mijn diensten als organisator en verlichtingsman aanbood."

 

Wapenfeiten

Zijn zeer ouderwetse briefpapier bevat in zespuntslettertjes een aandoenlijke rij van wapenfeiten. Pas een jaar of zes geleden deed hij de eerste stap terug en verkocht zijn elektronisch bureau. Het organisatiewerk kon hij niet laten, al heeft hij zich toch al wel van een opvolger verzekerd door mr. H. M. Janvier „in de zaak op te nemen". Telg uit een kennisfamilie. Doet op de terreinen al dat werk, dat Augustijn niet meer aankan.

De kermis op de Veemarkt. Hoe heeft die het gedaan?

De oude heer zoekt een voorzichtig antwoord, maar z’n gezicht spreekt boekdelen. Kennelijk niet zó best.

„Met C '70, volgend jaar, gaan we gelukkig terug naar de Jacobsplaats, die voor veel mensen een traditie geworden was," zegt hij. „Aan de Hofdijk, op de plaats van de Ahoy, kan het eenvoudig niet. Dat terrein is veel te klein."

 

Het Vrije Volk, 28-8-1969