Meisjes werden geslagen „omdat duivel in hen was"

Broeder Landheer „de gezaldfe Gods" leidt zonderlinge secte

Broeders (in khaki) en zusters (in lichtblauw) dansen en springen

 

(Van een speciale verslaggever)

 

Aan het mooie-gebeeldhouwde bureau van dr J. L. de Heer zit nu broeder D. Landheer. De arts, die dit pand aan de Mattenesserlaan bewoonde, heeft een paar maanden geleden zijn praktijk neergelegd. Hij is naar Zuid-Afrika vertrokken om zich te verdiepen in het geloof van die zonderlinge Spade- Regengemeente, het geloof, dat broeder Landheer hier in Nederland is komen prediken. Nu heeft hij zijn twee verdiepingen grote woning afgestaan als Geloofshuis en broeder Landheer en zijn vrouw en nog een stuk of vijf gemeenteleden hebben er zich gevestigd. De auto van de dokter staat ook tot hun beschikking.

 

De man, die hier nu woont, is gekleed in een khaki-pakje; zijn vrouw draagt een - lichtblauwe japon en zwarte kousen. Dat is de dracht van de Spade-Regengemeenschap. Als zij zich niet anders zouden onderscheiden dan door deze uniform, zou een ieder er vrede mee kunnen hebben. Maar het geloof van de Spade Regen heeft andere consequenties.

Het heeft aanhangers in zo’n staat van geestelijke vervoering gebracht, dat zij het contact met hun ouders en met hun echtgenoten verbraken, dat huwelijken er door ontbonden werden, dat een meisje in haar angst voor de straf, die God haar zou geven uit de tweede verdieping sprong, dat 'n man menend dat God hem zou bijstaan, op een drooglatje van een veranda stapte en toen van tweehoog naar beneden stortte en de dood vond.

Het is gebeurd, dat, toen vijf mensen en kinderen in hevige mate aan scabies (schurft) leden en hun vingers niet meer te zien waren door de etterende wonden, men steeds bleef bidden om genezing en niemand naar een arts durfde gaan, omdat dan de Heer de kwaal zou verergeren. Jarenlang al ontwikkelt deze teit in Rotterdam — voorlopig uitsluitend in Rotterdam — een activiteit die het laatste jaar, toen er nog een zuster uit Zuid-Afrika kwam ter assistentie, leidt tot taferelen van aan waanzin grenzende extase. Maar mogelijk heeft juist de ritus, die deze Zuidafrikaanse invoerde er toe geleid, dat zovelen die reeds twijfelden de band verbraken. Deze mensen zijn thans ook van mening, dat er gewaarschuwd moet worden tegen het werk van deze secte, die slechts enige tientallen mensen telt. 'Nu eerst zijn zij los van de grote invloed die broeder Landheer — hij noemt zich „de gezalfde Gods" — op hen had en die hen er toe bracht te breken met familieleden, hun werkkracht en hun bezittingen in dienst te stellen van zijn Geloofshuis. Mevrouw Brandt, die in.de Millinxstraat in Rotterdam-Zuid woont, was een. van de eersten die met Landheer in contact kwam. Dat was in de tijd toen hij kwam prediken bij de zg. Pinkstergemeente, de Christelijke Gemeenschapsgemeente Gods van voorganger P. v. d. Woude. Broeder Landheer scheidde zich af en ettelijke leden volgden hem naar het grote pand aan het Heemraadsplein 18, een huis met negen kamers en een grote zolder, waar de samenkomsten werden gehouden.

 

Meisjes en vrouwen konden daar in huis komen. Wegens moeilijke huiselijke omstandigheden gingen de dochters van mevr. Brandt er heen. Ze werkten daar de gehele dag, en soms gebeurde het wel dat ze 's nachts werkten. Overdag gingen zij dan langs de huizen om koper te poetsen. Het geld dat daarmee werd verdiend droegen zij af. De broeder sprak steeds over het geloof en over hun zondigheid. Hij was de voorganger en hij nam ook de biecht af. Want het belijden van alle zonden was één van de voornaamste principes. Vreemd Waren de gebruiken. Soms werd hele nachten gebeden, soms bad men op as en legde dan een zak over het hoofd (in zak en as). Vasten was zeer belangrijk, twee soms drie dagen werd er behalve water niets gebruikt.

 

„Ik wist dit toen nog niet allemaal, want mijn dochters schreven dit nooit. Hun brieven werden gecensureerd. Ik wist ook niet dat ze er wel werden geslagen, omdat de duivel uit hen moest worden verdreven. Ze zijn er toen gebleven, omdat zij bevreesd waren voor de straf, die over hen zou komen, als ze weg zouden gaan." Twee van haar dochters, Teuntje en Willij, die in het geloofshuis hebben gewoond, lijden nu aan t.b.c. Die ziekte heerste in het gezin en mevr. Brandt neemt niet aan, dat dit met het vasten in verband staat. Maar toch vraagt men zich af, of de karige voeding en het vasten gedurende enige jaren de gezondheidstoestand van de dochters niet onnodig hebben verzwakt.

 

In het tuindorp De Wielewaal ligt Teuntje Exter—Brandt (ze is nu getrouwd) ziek te bed. Nu begrijp ik niet, dat ik zo dwaas ben geweest, daar zo lang te blijven. Ik zou er voor de zending worden opgeleid, maar daar kwam niets van. Ik mocht geen contact met moeder hebben van Landheer en ik mocht ook niet aan mijn jongen schrijven, tenzij' ik eerst de brieven liet lezen. „Ik voel dat hier een duivel is", zei Landheer en dan werd ik geslagen.

 

De gewoonten in dit huis waren verre van normaal. Het was zondig om varkensvlees te eten, het was zelfs zondig koffie te drinken. Ook gebeurde het, dat toen Teuntje en haar nichtje zich op een zolderkamer aan het wassen waren Landheer eiste, dat zij de deur open zouden doen. Hij forceerde het slot, toen daar niet dadelijk gevolg aan werd gegeven. Maar veel erger was het wat er gebeurde met dat nichtje Rika Ruinhard.

 

De Heilige Geest had gesproken en geopenbaard, dat zij zondig was, heeft Landheer haar verteld. Het meisje geloofde daarin. Zij was bang voor de straf die volgens de Heilige Geest over haar zou komen en in een vlaag van aan waanzin grenzende angst is ze toen uit het raam gesprongen. Dat gebeurde een paar jaar geleden op het Heemraadsplein. Er is wel een bericht in de dagbladen verschenen, maar over de achtergrond werd toen niets bekend. Het meisje is met een schedelbasis fractuur in een ziekenhuis opgenomen en later gelukkig weer genezen. Daarna is ze toch nog teruggekeerd in het Geloofshuis en eerst nu is ze los van de invloed, die de Spade Regen op haar heeft uitgeoefend.

 

Een ander lid van de gemeente, de heer S., heeft de dood gevonden. Hij had een gesprek gehad met broeder Landheer. Daardoor was hij zeer opgewonden. Hij wilde nog even naar zijn woning aan de Schonebergerweg en omdat hij geen sleutel bij zich had wilde hij via de veranda van de buren, tweede verdieping, naar zijn kamer. Hij wilde om een muurtje heenstappen en toen zijn; voet op een drooglatje zetten. Mensen, die beneden stonden, waarschuwden hem, maar hij antwoordde, dat de Here hem zou helpen. Hij ging op het latje staan en stortte, naar beneden. De man was op slag dood. De gemeenteleden kregen de overtuiging, dat alle omgang met verwanten, die niet tot de Spade Regen behoorden, zondig was. Een. jongeman, die nog tot deze secte behoort, schreef aan zijn vader in Schiedam: „De Here verbiedt mij het contact met mijn ouders". En dat terwijl zijn zieke moeder er, naar hunkert hem te zien. De Heilige Geest gaf aan Landheer steeds boodschappen. Onvoorwaardelijk geloofden de vrouwen, die in zijn huis woonden, daarin. Daarom ook wilde zuster Labohm, die directrice was van een rusthuis in Amersfoort, haar betrekking opgeven. Ze verkocht de inventaris ten bate van de gemeenschap; ze stond haar maandelijkse rente die ze ontving af aan broeder Landheer. Dr De Heer Sr geloofde ook onvoorwaardelijk in de Spade Regen en hij heeft daarom zijn woning, en zijn auto ter beschikking gesteld, toen hij kort geleden naar Zuid-Afrika' vertrok.

 

Merkwaardige verhalen over “Spade Regen”

Zuidafrikaanse “zuster” leidt nu ook samenkomsten van Spade Regen

 

Een ongeveer vijftigjarige vrouw uit Zuid-Afrika, die zuster Burger wordt genoemd, is ruim een jaar geleden naar Rotterdam gekomen. Het vasten en het biechten, de uitspraken van de Heilige Geest werden aangevuld met samenkomsten, waarbij de Geest zich op een angstaanjagende manier openbaart.

Mevrouw Post en haar negentienjarige dochter hebben ons daarover verteld.

 

„Die zuster voerde een andere ritus in. Ze kwam voor je staan met vooruitgestoken vingers en dan blies ze als een wilde kat. Ze pakte me beet en slingerde me in een hoek op de grond en daar begon ze aan me te rukken. Dan greep ze me weer en sleurde me een andere kant uit. Het was de Heilige Geest, die dat deed".

 

„Ik was bang, maar ik geloofde er in tegelijkertijd en ben daarna naar mijn kamer gegaan en heb daar op de grond liggen bidden. Veertien dagen later, Ik had steeds gebeden, was ik bij een samenkomst en toen zei ze: „Zuster Post, je zit biddeloos in de dienst." Omdat dit niet waar was heb ik toen het vertrouwen in haar verloren." Dit gewezen lid van de Spade Regen sprak ook over de grote invloed dia er van Landheer uitging. Zij en haar dochter geloofden destijds in zijn heiligheid. Ze zagen inderdaad in hem een gezalfde, een uitverkorene. Dat hij zelf niet werkte en dat hij en zijn vrouw leefden dank zij het werken, het bellenpoetsen en het geld van de anderen, vonden zij geen ogenblik opzienbarend. God had dit zo gewild en God verschafte hun de middelen, was hun opvatting. Zelf betaalde zij ń 20,— per maand huur en zij werkte in het huis en deed de was voor 23 mensen. Als er gegeten werd en zij lustte geen bloemkoolpap met suiker, was dat zondig en kreeg zij in het geheel geen eten. Ze moest zich onderwerpen aan de tucht. Hij heeft mij gezegd, dat wil zeggen: de Heilige Geest had hem gezegd, dat ik onder een auto zou komen als ik me niet zou bekeren", vertelt de dochter van mevr. Post en ze voegt er aan toe, dat zij daarin geloofde, dat ze toen geen straat over durfde steken en snel meeliep als zij een paar mensen naar het andere trottoir zag gaan.

„Je kind en je man' staan je geestelijk leven in de weg", was er verkondigd en het gevolg is ook geweest, dat het huwelijk derailleerde.

De moeder en de dochter hebben altijd heel veel van elkaar gehouden, maar het was niet geoorloofd, dat zij dat te zeer lieten blijken. Als mevr. Post haar arm om Riek heensloeg, was het: „Jullie staan in het vlees". Liefde voor eikaars ziel was toegestaan, een andere liefde niet.

 

Allebei zijn ze getuigen geweest van die vreselijke gevallen van scabies, kort na de bevrijding in het Geloofshuis. Vijf volwassenen en kinderen leden er aan. Vooral de lichaampjes van de kinderen waren overdekt met zwerende wonden. De moeder stond er 's avonds bij te huilen als de hemdjes, die waren vastgekleefd, werden losgetrokken en de kinderen het uitgilden van de pijn.

 

De vingertjes waren niet meer te zien, het was één etterende wond. Toch riep niemand doktershulp in. De patiĎnten werden met een lijsoloplossing gewassen en verder moest de genezing door gebed komen. De ouders durfden niet naar een dokter gaan, want de broeder had gezegd, dat God dan zou zorgen, d»t het in dubbele mate terugkwam. 15e dochter van mevrouw Post heeft toen toch een arts gewaarschuwd en nadat verschillende patiĎnten een tijdlang in het gebouw van de G.G.D. waren behandeld, zijn ernstige gevolgen achterwege gebleven.

Ook is mevrouw Post er getuige van geweest, dat een zestienjarig meisje, dat daar in huis was, een mishandeling onderging. Het meisje vertelde haar, dat ze van de Heilige Geest bestraffing op bestraffing had gekregen. Ze was tegen de. muur en tegen de kachel geslingerd.

 

De laatste tijd is het dansen en springen steeds wilder en extatischer geworden. Buren hebben wel eens bij de politie geklaagd over het lawaai, dat de broeders en zusters veroorzaken en nu heeft men daarom gijmnastiekschoenen aangeschaft.

 

Behalve de voorkamer, waar mevr. Post woont, staan alle negen vertrekken in het pand aan het Heemraadsplein nu leeg. Het Geloofshuis is nu immers aan de Mathenesserlaan gevestigd. Maar het oude huis staat nog op naam van Landheer en op Maandag- en Donderdagavond komen de gemeenteleden er bijeen. Ze hebben de gijmnastlekschoenen dan bij zich, trekken die in de gang aan en op de zolder wordt er gebeden en openbaart zich aan hen de Heilige Geest. Het huis dreunt dan op zulke avonden.

De Zuidafrikaanse zuster is een van de leidende figuren. Maar binnenkort, heeft broeder Landheer gezegd, zal een nog hogere figuur, een profetes uit Zuid Afrika, hierheen komen.

Al is deze gemeente niet groot, al hebben tientallen haar verlaten, er zijn weer anderen op wie ze een grote invloed uitoefent. Onder hen is bijvoorbeeld een vrouwtje, wier man sterk tegen deze beweging is gekant, die alle moeite doet om zijn vrouw er van af te brengen.. Maar zij draagt de blauwe jurk — op Zondagen een witte en witte kousen — en spreekt niet tegen hem. „Als je man weerstand biedt, kom je maar bij ons in", is er tegen haar gezegd.

Door dit alles te publiceren zal een dergelijke vrouw, en zullen ook de anderen niet de Spade Regen willen breken.

Een van de leden heeft ons gezegd, hoe de broeder Landheer hierop wel zou reageren: Wij worden vervolgd omdat wij de zuivere waarheid zeggen. Christus is ook vervolgd en wij danken de Heer, dat wij dit mogen doormaken".

Met andere woorden, de leden die niet wankel staan, zullen des te vaster samenklitten.

Maar wel koesteren we de hoop, dat de politie de komst van Zuidafrikaanse Spade-Regen-vertegenwoordigers zal kunnen verhinderen en dat er een onderzoek wordt ingesteld naar de gedragingen van de hier al gevestigde voorgangers.

Het zal niet mogelijk zijn de secte te verbieden, maar een controle, hoe moeilijk ook, kan zijn nut hebben. En in ieder geval kan het bovenstaande een waarschuwing zijn voor hen, die met de gemeente van broeder Landheer in aanraking komen!

 

In dit doodgewone huis oefende dokter De Heer Sr. jarenlang praktijk uit, tot hij naar Zuid- Afrika vertrok om de spade Regen nader te bestuderen. Sindsdien zetelt broeder Landsheer er.

 

Het Vrije Volk, 29-3-1950

 

Broeder Landheer en Zuster Burger brengen „Spade Regen”-aanhangers in extase

Vreemde taferelen in Herenhuis aan Mathenesserlaan

 

(Van onze verslaggever)

DAT is nou Spade Regen", zeggen twee meisjes tot elkaar, als een rijzige vrouw, gekleed in een lange lichtblauwe jurk en zwarte kousen en een lichtblauwe doek om het hoofd, de deur van het grote herenhuis aan de Mathenesserlaan binnengaat. Deze vrouw is zuster Burger en samen met broeder Landheer leidt zij de godsdienstige secte, die zich „Spade Regen" noemt en waarover de laatste weken overal gesproken wordt. In diverse dagbladen heeft men aandacht geschonken aan de Spade Regen-gemeenschap, waarvan de aanhangers zijn gestoken in een licht khaki-costuum of een lichtblauwe jurk (des Zondags een witte jurk).

Deze aandacht zou aan bedoelde secte niet geschonken zijn, als er geen verontrustende feiten bestonden over de activiteit van de secte, waarvan verschillende mensen het slachtoffer zijn geworden. Woensdagavond hebben wn' een dienst bijgewoond ln tiet huis aan de Mathenesserlaan. De deur staat op een kier, zodat iedereen kan binnen lopen en op onze vraag of de (openbare) wijdingsböeenkomst konden bflwonen, werd bevestigend geantwoord. Ons werd slechts verzocht de schoenen uit te trekken, daar dit de gewoonte was bij de aanhangers.

 

Mannen en vrouwen in gebed

De dienst werd gehouden in de grote, vrij kostbaar gestoffeerde achterkamer van het herenhuis. Dit huis is afkomstig van dr De Heer, een arts, die ook de Spade Regen aanhing en die zich thans in Zuid-Afrika bevindt om de leer bij de bron te bestuderen.

Op de vloer ligt een dik tapijt en de wanden zijn versierd met schilderijen van Bijbelse voorstellingen.. Houten stoeltjes staan in een kring. Toen wij binnenkwamen, lagen enige vrouwen en mannen met het gelaat op de grond in gebed. Broeder Landheer en zuster Burger — de laatste is pas een jaar in Nederland en spreekt de typische Zuid-Afrikaanse taal — hebben het vrijwel de gehele avond gehad over de verschillende publicaties in de dagbladen.

Landheer noemde het een teken van God, terwijl hij mededeelde, dat naar aanleiding van de berichten „reeds nieuwe zielen gered waren". Hij hoopte, dat de stukken met vurige letters geschreven zouden worden. Verder bepaalde men zich er toe, in een steeds groter wordende extase te geraken.

In den beginne wordt er rustig gezongen en gesproken, maar gaandeweg wordt het zingen luider en wordt het met handgeklap en voetgestamp begeleid. Intussen spreken de gemeenteleden over datgene wat hun is overkomen. Dit wordt „getuigenis afleggen" genoemd en naarmate de avond vordert, maakt zich van de aanwezigen een krampachtige extase meester, die de godsdienstwaanstzin nabij komt.

In deze openbare samenkomst Is het niet verder gekomen. Maar de gemeentenaren, die Spade Regen de rug hebben toegekeerd, vertellen, dat men in besloten kring veel verder gaat. Dan wordt er over de grond gerold, met de voeten geroffeld en gestampt, terwijl men met zijn allen achter elkaar de kamer ronddanst.

 

God zal het wel genezen

MAAR ook dit zou tenslotte nog niet zo ernstig zijn, als het hiertoe beperkt bleef. We zullen hier in het midden laten in hoeverre op het geloof van onschuldige mensen wordt gespeculeerd, om het Spade Regenexperiment te helpen bekostigen. Zuster Burger verklaart dat God voor haar zal zorgen, maar er is natuurlijk geld, veel geld nodig om deze gemeenschap te laten draaien. Dat is punt één.

Punt twee is, dat enige tijd geleden vijf kinderen op een vreselijke manier onder de zweren bedekt waren — ze leden aan scabies — en dat broeder Landheer verklaarde, dat God dit wel zou genezen. Ooggetuigen hebben ons verklaard, dat onder hevig gegil van de kleinen de hemdjes van de lichamen werden getrokken en dat de vader, die de leer aanhing, het huis uitliep om het niet te horen. Inmiddels heeft dit gezin de gemeenschap, die tot voor kort gevestigd was op het Heemraadspleln, verlaten. Do kinderen zijn genezen doordat iemand, die van dit verschrikkelijke geval hoorde, de dokter er op afgestuurd heeft. Alle kinderen werden toen onmiddellijk naar de G.G.D. gebracht.

Een meisje van 18 jaar, dat ook in het huis verbleef, kon niet meer in haar schoenen van de scabieszweren. Haar vader heeft haar weggehaald. Andere feiten? Uit angst voor straf van de duivel is een paar jaar geleden een jong meisje uit het raam van de derde verdieping gesprongen. Het kind is gelukkig hersteld van de schedelbasisfractuur, die het had opgelopen en behoort thans niet meer tot de Spade Regen-gemeenschap. Deze angst voor het boze en de straf daarvoor is één der voornaamste elementen van het Spade Regen-geloof. Dit kwaad moet uitgebannen worden door gebed, door vasten..., maar ook door slaag, daar kunnen verschillende meisjes, die tot de Spade Regen hebben behoord, van meepraten.

 

„Verneder je, zondige ziel", heeft zuster Burger eens tot één van de vrouwelijke gemeenteleden gezegd. Deze vrouw moest drie keer de zolder van het huis aan het Heemraadsplein rondkruipen. Toen een jong meisje eens jachte, toen een „broeder" in wilde krampachtige bewegingen voor haar kwam staan, werd ze uit de dienst gezonden.

 

Met dergelijke voorbeelden kunnen we doorgaan. Zuster Burger heeft aangekondigd, dat een nog hogere figuur in de Spade Regen dan zij, een z.g. profetes, binnenkort uit Zuid-Afrika naar Nederland (Rotterdam) zal komen.

Tallozen hebben in de loop der zes jaren, dat Spade Regen in Rotterdam wordt beleden, de secte de rug toegekeerd. Maar anderen zijn gebleven en zien waarschuwingen, critiek en publicaties slechts als beproevingen, „die hen van hogerhand worden opgelegd".

 

De Waarheid, 6-4-1950