“Op de vlucht doodschieten" en Gerrese voerde de opdracht uit.....

 

Een Jongen nog was Joseph Gerrese, zestien, zeventien jaar, toen de oorlog uitbrak. Hij leerde voor slager. Vier jaar later schoot hij als S.D.-helper in Rotterdam een arrestant in de rug. Zo maar! Omdat zijn chef, de beruchte Hans Hoffmann, nu eenmaal had bepaald, dat die man „op de vlucht doodgeschoten" zou worden. Slagerswerk. Zoals een slager een varken slacht, zo schoot u mensen neer", zei mr. J. van Vollenhoven, de president van het Bijzonder Gerechtshof te Rotterdam.

Hij maakte bij de S. D. „carriŹre"

 

In een N.S.B.-milieu is deze Joseph Gerrese opgegroeid. Als jongeman van achttien jaar wordt hij in Zelhem opgeleid tot sportleraar, opgeleid in de „nieuwe geest". In Maart '42 is hij in Klagenfurt en legt de eed af als S.S.-er. „Ik moest, omdat ik een ongelukkige stoot had toegebracht", zegt hij, met de compagnie „Germania" vecht hij in Rusland, waar hij bij Poltawa en later bij Smolensk wordt verwond. Terug in Nederland krijgt hij in October '43 het baantje van portier bij de S.D. Hans Hoffmann, die in het gebouw aan de Heemraadssingel resideert, weet dat hij niet bang is en graag schiet. Hij heeft beter werk voor Joseph Gerrese: huizen doorzoeken, arrestaties verrichten, brandstichten. Bij Kethel steken ze een molen in brand, omdat illegalen daar in de buurt de rails van de spoorbaan hadden opgeblazen. In de Vierambachtsstraat schiet hij op een' gewezen S.D.-er Van Welsum, die contact had gezocht met de illegaliteit. „Als ik niet had geschoten, had hij het gedaan", zegt Gerrese laconiek. Maar getuigen hebben verklaard, dat hij zijn pistool leeg schoot, toen de man op de grond lag. Bij een oploop in Schiedam heeft hij „per ongeluk" iemand getroffen. In September '44, zo omstreeks Dolle Dinsdag, moet hij met een paar andere S.D.-ers arrestanten overbrengen naar het hoofdbureau aan het Haagseveer. Het stond reeds vast, dat deze mensen, Vinke en Marqueni, daar niet zouden arriveren, want ze moesten „op de vlucht" worden neergeschoten. Op het bruggetje over de Heemraadssingel vermoordt Gerrese zijn arrestant Vinke. Al die feiten geeft hij toe. Op die overdreven-correcte manier van de Duitsers slingert hij zijn „nee" of „ja" in de rechtszaal. Koud en zakelijk praat hij over dit „werk". „Ook nu nog voel je niet, wat een ellendige geest je toen had", zegt de president. „Dat zie ik volkomen in", antwoordt Joseph Gerrese. Het klinkt verre van overtuigend en mr. Van Vollenhoven merkt op: „Dat zou men niet aan je houding zeggen". De procureur-fiscaal, mr. H. W. Van Doorn houdt dan zijn requisitoir; hij eist de doodstraf tegen Gerrese, „een van de ergste Nederlandse helpers van de S.D."

 

HVV 7-12-1948: De opgelegde straf is twintig jaar gevangenisstraf.