Inbrekers.

 

Ruim een uur in den afgeloopen nacht zagen agenten van politie, die in burgerkleding dienst doen in verband met eenige inbraken en pogingen daartoe in het Westelijk stadsdeel gepleegd, dat twee mannen zich op verdachte wijze op den Heemraadssingel ophielden en uit het plantsoen aldaar een onder heesters verborgen laddertje te voorschijn haalden, waarmede zij zich begaven in de richting van de Robert Fruinstraat. Daar verdwenen zij plotseling. Een onderzoek werd ingesteld en men vernam dat een man gezien was op een tuinloodsje aan de achterzijde van de huizen in de Robert Fruinstraat. Door het huis van een bewoner van de Schietbaanlaan kwam men in den tuin achter pand no. 49 in de Robert Fruinstraat. bewoond door den onderwijzer, den heer J. L. Dolman. In dien tuin staat een loodsje, waarvan de deur openstond en in een hoek in die loods verscholen vond men ineengedoken een man zitten, die dadelijk herkend werd als den welbekenden inbreker A. J. L. een man zonder vast woonverblijf. Hij werd ingerekend. Inmiddels hoorde men van de onderwijzeres mevrouw A. W. Hennekam, wonende in de Robert Fruinstraat No. 47, - de geheele omgeving was gewekt door hel geloop en gedraai van politie en burger, — dat zij kort te voren een man door haar woning had uitgelaten die geweldige haast had, want zoo zeide hij, er was brand en hij was brandmeester. Deze man bleek te zijn de beruchte recidivist F. M., enkele weken geleden uit de gevangenis ontslagen, in welke hij eenige jaren vertoefde. Naar hem werd nu gespeurd. Omstreeks half drie vannacht zag men de gezochte liggen in het zand aan de Rochussenstraat, maar ook bij zag de politie en zette het op een loopen, gevolgd door de politie. Over weilanden en door slooten ging het in de richting van de Melkkop aan den Westzeedijk en daar verdween de vluchteling. Met politiehonden werd zijn spoor gezocht maar tevergeefs. En hedenochtend omstreeks 6 uren werd hij plotseling herkend aan den Beukelsdijk. Weer volgde een wilde jacht over land en door slooten, maar nu met het gevolg, dat hij gegrepen werd. Belde verdachten zijn overgebracht naar bet politiebureau in de Witte de Wlthstraat, waar zij zijn opgesloten. Hel laddertje, dat zij uit het plantsoen in den Heemraadssingel hadden weggenomen, is teruggevonden in den tuin achter het huis van den heer Theo Stokvis aan den Heemraadssingel no. 194 die met de familie uitstedig is. En in een van de tuinen van de Robert Fruinstraat is nog een breekijzer ontdekt, dat de vluchtelingen daar hadden achtergelaten. Het is blijkbaar de bedoeling geweest om in het huis van den heer Stokvis in te breken. In het bezit van de inbrekers zijn kaarsen en lucifers gevonden. Nergens is er iets gestolen.

 

Een mooie vangst.

 

De politie heeft hedennacht een prachtige vangst gedaan, waardoor men een einde hoopt te maken aan veel ongerustheid, welke herhaalde inbraken, voornamelijk in het Westelijk stadsdeel, te weeg brachten. Daar waren toch de volgende inbraken geschied: bij S. v. d. Berg, aan de Mathenesselaan, in café Zwijnsberg aan den Nieuwen Binnenweg: bij de 1e Rotterdamsche IJscompagnie aan de Bloemkweekerstraat, bij ds. J. Schoonhoven, aan de Schoonderloostraat en verder nog bij H. J. Middendort, aan den Coolsingel, D. v. d. Kuylen aan den Mauritsweg, de Rotterdamsche Huidenclub aan de Fabriekskade en H. A. v. Hemert, aan de Herlaerstraat, beide laatstgenoemde in het Noorden. Het is voornamelijk aan den ijver en oplettendheid van de politiagent der 2e klasse JO E. Rijnsdorp en P. T. Warmendam, beiden dienstdoende aan den post Voorstraat, te danken, dat eindelijk 2 gevaarlijke sinjeurs, oude kennissen van politie en justitie, die vermoedelijk al deze inbraken op hun kerfstok hebben, zijn ingerekend.

Wegens het groote aantal inbraken in het Westen werd daar door de politie een bijzondere bewaking ingesteld, agenten in burger surveilleerden des nachts in de verschillende straten en zelfs over de daken der huizen. De beide genoemde agenten waren vannacht ook op surveillance, toen zij, omstreeks kwart voor eenen, 2 mannen zagen zitten op een bank aan den Heemraadssingel bij de rustieke brug, wat hun verdacht voorkwam, zoodat zij het tweetal in de gaten hielden, waartoe zij zich verscholen in een boschje bij de Schietbaanlaan. De nachtwandelaars stonden op en verwijderden zich in de richting van de Vierambachtstraat, maar weldra keerden zij terug. Zij waren nu evenwel niet meer tezamen, maar elk liep aan een zijde van den singel, totdat zij elkaar bij de Robert Fruinstraat ontmoetten, voortdurend bespied door de 2 agenten. Een der armen greep uit een boschje een laddertje en daarmee liepen beiden, de straat in.

De agenten volgden hen maar in de Robert Fruinstraat gekomen, zagen zij hen nergens meer. In de straat is echter een tuinmuur, behoorende bij het pand van den her Harte, dus maakten de agenten de gevolgtrekking, dat de mannen over dien muur geklommen waren. Warmendam bleef bij de Robert Fruinstraat op wacht staan, Rijnsdorp ging naar de Schietbaanlaan, waar ook een tuinmuur is, die bij het pand van den heer Wilton behoort. Toen zij het wild aldus hadden ingesloten maakten zij alarm, waardoor alle bewoners uit den omtrek wakker werden en van alle kanten politie toesnelde. Een bewoner van de Schietbaanlaan riep, dat hij een man gezien had op de daken der loodsjes in de tuinen en de politie verschafte zich door de huizen toegang tot die tuinen en ging daar aan het zoeken, met het resultaat, dat zij in het loodsje van pand 49 in de Robert Fruinstraat iemand gewaar werd die zich daar verschool. Hij werd gepakt en toen de agenten met hem uit liet loodsje kwamen, ging er van alle warandes der omliggende huizen een luid „hoerah" op. Die was tenminste binnen en hij werd naar den post in de Voorstraat gebracht, waar men hem dadelijk herkende als den 28-jarigen J. L., bijgenaamd „Piet", die een langdurige gevangenschap had ondergaan, waaruit hij nog slechts voorwaardelijk was ontslagen.

Een onderwijzeres, in een benedenhuis aan de Robert Fruinstraat 47 woonachtig, zag een man, die uit den tuin haar huis inliep en onder het geroep van „brand!" de straatdeur uitvluchtte. De agenten zetten hem nog achterna, maar die vogel was gevlogen.

Inmiddels was de Inspecteur van politie, de heer A. Borstlap, gekomen, die een onderzoek ter plaatse instelde. Hij vond het laddertje, dat donker geverfd was, in den tuin van pand 194 aan den Heemraadssingel en een breekijzer in den tuin naast het pand van den heer Harte.

Ook dat laddertje kende de politie en zij wist, dat het toebehoorde aan haar ouden vriend den 27-jarigen F. M., die een maand geleden uit de gevangenis was ontslagen, waar hij 5 jaren had „opgeknapt" wegens een inbraak. Een paar weken geleden had M. het laddertje door een jongen laten brengen bij een bierhuishouder aan de Van Heusdestraat om het voor hem te bewaren en gisteren was hij het daar zelf gaan terughalen.

De agenten van de rijwielbrigade Sterrenburg en Meutgeert werden nu in de Van Heusdestraat geposteerd en jawel, om ongeveer zes uur vanmorgen zagen zij M. die straat inkomen.

Nauw kreeg hij de agenten in ‘t vizier of hij zette er den spat in, Beukelsdijk op. Er begon een wilde jacht, men meent zelfs daarbij schoten gehoord te hebben. M. begreep, dat hij het op den gebaanden weg spoedig tegen de wielrijders zou moeten afleggen, daarom sprong hij over een sloot en ging het weiland in.

De agenten zetten hun fietsen aan den kant gingen nu te voet den vluchteling achterna, over slooten en hekken, totdat zij hem eindelijk bij den spoordijk te pakken kregen, nadat M. geen uitweg ziende, in de Delfshavensche Schie was gesprongen.

Ook hij werd naar den post Voorstraat gebracht en later bracht men beiden over naar het politiebureau aan de Witte de Withstraat, waar het onderzoek wordt voortgezet. Op de arrestanten werden bevonden een kaarsje, een sleutel en lucifers.

 

Stadsnieuws

 

Het Gerechtshof deed uitsprak in de zaak van F. M., voerman te Rotterdam, en A. J. L., zonder beroep en znder vaste woonplaats, door de Rechtbank te Rotterdam veroordeeld ieder tot 3 jaar en 6 maanden gevangenisstraf wegens poging tot diefstal door middel van overklimming in verschillende panden tusschen den Heemraadssingel en Schietbaanlaan te Rotterdam. Behoudens wijziging in de qualificatie werd het vonnis der Rechtbank bevestigd.